Atopische dermatitis is een chronische inflammatoire huidaandoening die zich kenmerkt door jeuk, een verstoorde huidbarrière en een recidiverend beloop. De aandoening komt frequent voor, met een prevalentie van circa 10–20% bij kinderen en 2–5% bij volwassenen. Voor de huisarts is een gestructureerde benadering van diagnostiek en behandeling van belang, mede gezien de impact op het dagelijks functioneren.
Pathofysiologie
Atopische dermatitis berust op een samenspel van genetische, immunologische en omgevingsfactoren.
Belangrijke mechanismen zijn:
- een defect in de huidbarrière (onder andere door filaggrine-afwijkingen)
- verhoogd transepidermaal vochtverlies
- een Th2-gemedieerde immuunrespons met verhoogde cytokineactiviteit (zoals IL-4 en IL-13)
Deze factoren leiden tot verhoogde gevoeligheid voor irriterende stoffen, allergenen en microbiële kolonisatie (met name Staphylococcus aureus).
Klinisch beeld
Het klinisch beeld varieert afhankelijk van leeftijd en ernst.
Kenmerkende symptomen
- persisterende jeuk (vaak leidend tot krabben)
- erytheem en schilfering
- excoriaties en lichenificatie bij chronisch beloop
Leeftijdsafhankelijke lokalisatie
Zuigelingen:
- gelaat en strekzijden
- nattende laesies
Kinderen:
- flexuren (elleboogplooien, knieholten)
- polsen en enkels
Volwassenen:
- flexuren, handen, oogleden en hals
- vaak chronisch en gelichenificeerd beeld
Diagnostiek
De diagnose wordt klinisch gesteld op basis van:
- chronisch of recidiverend verloop
- typische morfologie en lokalisatie
- jeuk als centraal symptoom
Er zijn geen specifieke laboratoriumtesten nodig voor de diagnose.
Differentiële diagnose
- contacteczeem
- seborroïsch eczeem
- psoriasis
- scabiës
- cutane infecties
Bij atypisch beloop of onvoldoende respons op therapie dient heroverweging van de diagnose plaats te vinden.
Comorbiditeit
Atopische dermatitis maakt deel uit van het atopisch spectrum. Geassocieerde aandoeningen zijn:
- astma
- allergische rhinitis
- voedselallergieën (vooral bij jonge kinderen)
Daarnaast komt psychosociale belasting frequent voor, zoals slaapproblemen en stemmingsklachten.
Behandeling in de eerste lijn
De behandeling is gericht op:
- herstel van de huidbarrière
- reductie van ontsteking
- vermindering van jeuk
Basistherapie
Emollientia vormen de basis:
- dagelijks en ruim aanbrengen
- keuze afhankelijk van voorkeur en huidtype
Consistent gebruik vermindert exacerbaties.
Topicale anti-inflammatoire therapie
Corticosteroïden
- eerste keus bij exacerbaties
- sterkte afhankelijk van ernst en lokalisatie
- afbouwen na verbetering
Calcineurineremmers
- tacrolimus of pimecrolimus
- geschikt voor gevoelige gebieden (gelaat, oogleden)
- ook inzetbaar als onderhoudstherapie
Jeukmanagement
- vermijden van irriterende factoren
- nagels kort houden
- eventueel antihistaminica bij slaapverstoring
Systemische therapie
Bij matig tot ernstig atopisch eczeem dat onvoldoende reageert op lokale behandeling kan systemische therapie worden overwogen in de tweede lijn.
Beschikbare opties:
- ciclosporine
- methotrexaat
- biologicals (bijv. dupilumab, gericht op IL-4/IL-13)
- orale JAK-remmers
Deze behandelingen richten zich op specifieke ontstekingsmechanismen en kunnen leiden tot duidelijke symptoomreductie.
Leefstijladviezen en begeleiding
Praktische adviezen
- gebruik van milde, ongeparfumeerde producten
- beperken van frequent wassen met zeep
- dragen van niet-irriterende kleding (bij voorkeur katoen)
Voorlichting
Het is belangrijk patiënten en ouders te informeren over:
- het chronische karakter van de aandoening
- het belang van onderhoudsbehandeling
- juiste toepassing van medicatie
Dit draagt bij aan therapietrouw en betere ziektecontrole.
Indicaties voor verwijzing
- onvoldoende effect van eerstelijnsbehandeling
- ernstig of uitgebreid eczeem
- frequente infecties
- diagnostische onzekerheid
- verdenking op contactallergie
Tot slot
Atopische dermatitis is een chronische aandoening met een aanzienlijke impact op het dagelijks leven. De huisarts heeft een belangrijke rol in het stellen van de diagnose, het initiëren van behandeling en het begeleiden van patiënten. Door een combinatie van goede voorlichting, adequate therapie en tijdige verwijzing kan de ziektelast worden beperkt. Nieuwe systemische behandelingen bieden aanvullende mogelijkheden voor patiënten met ernstigere vormen van de aandoening.



