Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Toename in niertransplantaties

fediverbeek
Het aantal niertransplantaties in Nederland neemt toe, mede door leefstijlfactoren zoals hoge zoutinname en obesitas. Dit artikel bespreekt wat huisartsen kunnen doen op het gebied van signalering, doorverwijzing en preventie van nierschade.

Niertransplantaties op recordhoogte: wat betekent dit voor de eerstelijnszorg?

In 2024 kregen 1.129 patiënten in Nederland een donornier, een stijging ten opzichte van de 987 in 2014. Deze toename wijst niet alleen op betere toegang tot transplantaties, maar vooral op een groeiend aantal mensen met nierschade. Huisartsen bevinden zich in een belangrijke positie om vroegtijdige signalen van nierproblemen te herkennen en bij te dragen aan het verminderen van de noodzaak tot transplantatie.

 

Chronische nierschade: een sluimerend probleem

Aantal patiënten blijft stijgen

Volgens de Nierstichting leven momenteel 1,8 miljoen mensen in Nederland met chronische nierschade. Jaarlijks komen daar ongeveer 130.000 nieuwe patiënten bij. Deze progressieve aandoening kan uiteindelijk leiden tot nierfalen, waarbij dialyse of een transplantatie noodzakelijk wordt.

 

Risicofactoren onder de loep

Oorzaken zoals hypertensie, diabetes type 2, overgewicht en een te hoge zoutinname spelen een grote rol. In de dagelijkse praktijk betekent dit dat huisartsen bij risicogroepen (bijvoorbeeld patiënten met obesitas of hart- en vaatziekten) alert moeten zijn op tekenen van achteruitgang in de nierfunctie.

 

Zoutconsumptie en voedingsgewoonten

Te veel zout in de voeding

De gemiddelde zoutinname in Nederland ligt nog steeds ruim boven de aanbeveling van 6 gram per dag. In 2021 consumeerde de helft van de mannen meer dan 11 gram zout per dag en vrouwen meer dan 8 gram. Veel van dit zout is verborgen in bewerkte voedingsmiddelen zoals brood, kaas en kant-en-klaarmaaltijden.

 

Advies voor de spreekkamer

Voor huisartsen is er een duidelijke rol weggelegd in het bespreekbaar maken van voeding, met specifieke aandacht voor zoutreductie. Een eenvoudige voedingsanamnese kan hierbij helpen. Doorverwijzing naar een diëtist kan overwogen worden bij patiënten met verhoogd risico.

 

Diagnostiek en verwijzing in de eerste lijn

Vroegtijdige herkenning

Screening op albuminurie en een verlaagde eGFR (onder 60 ml/min/1,73 m²) kan al in een vroeg stadium nierschade aan het licht brengen. Zeker bij risicopatiënten (diabetici, ouderen, mensen met hypertensie) verdient dit aandacht.

 

Wanneer verwijzen?

Bij verdenking op progressieve nierschade, of bij een eGFR onder de 30, is verwijzing naar de internist-nefroloog op zijn plaats. Ook als medicatie niet tot voldoende bloeddrukcontrole leidt of als er sprake is van therapieresistentie, is specialistische beoordeling wenselijk.

 

Transplantatie en wachtlijsten

Toenemende vraag, beperkt aanbod

Hoewel de invoering van de Donorwet in 2020 heeft bijgedragen aan een lichte toename van beschikbare donororganen, blijft het aantal mensen op de wachtlijst stijgen. In februari 2025 wachtten 3.416 mensen op een donornier.

Niet alle patiënten komen hiervoor in aanmerking; psychische stabiliteit, therapietrouw en afwezigheid van ernstige comorbiditeiten zijn voorwaarden om geplaatst te worden.

 

Preventie: rol van leefstijl en technologie

Leefstijl als medicijn

Het aanpassen van leefstijl is een langdurig en complex proces. Voor huisartsen betekent dit herhaaldelijk gesprek, ondersteuning en – waar nodig – inschakeling van de praktijkondersteuner of diëtist. Denk aan:

  • Zoutbeperking
  • Gewichtsverlies bij overgewicht
  • Stoppen met roken
  • Stimuleren van fysieke activiteit

 

Technologische ontwikkelingen

Nieuwe technieken zoals koude en warme machineperfusie verlengen de houdbaarheid en bruikbaarheid van donororganen. Voor huisartsen betekent dit wellicht dat ook oudere of kwetsbare patiënten in de toekomst meer kans maken op transplantatie, mits hun algemene gezondheid dit toelaat.

 

Multidisciplinaire samenwerking

Chronische nierschade vraagt om samenwerking tussen huisarts, praktijkondersteuner, diëtist en specialist. Het stroomlijnen van deze samenwerking – bijvoorbeeld via zorgprogramma’s voor diabetes of cardiovasculair risicomanagement – kan bijdragen aan betere uitkomsten en minder druk op de transplantatielogistiek.

 

Veelgestelde vragen

1. Wanneer is het zinvol om de nierfunctie te controleren bij een patiënt zonder klachten?

Bij risicogroepen zoals mensen met diabetes, hypertensie, hart- en vaatziekten of een familiaire belasting, is het raadzaam jaarlijks de nierfunctie te controleren via eGFR en albuminurie. Ook bij ouderen en patiënten met langdurig NSAID-gebruik is extra alertheid geboden.

2. Hoe adviseer ik patiënten over zoutbeperking op een haalbare manier?

Begin met praktische tips: kook met verse ingrediënten, vermijd kant-en-klaarproducten en lees etiketten. Verwijs zo nodig naar de diëtist. Benoem dat veel zout “verstopt” zit in producten zoals brood, kaas en vleeswaren, en niet alleen in wat men zelf toevoegt.

3. Wanneer verwijs ik een patiënt met chronische nierschade naar de nefroloog?

Verwijzing is nodig bij een eGFR onder de 30 ml/min/1,73 m², snel dalende nierfunctie, ernstige albuminurie of therapieresistente hypertensie. Ook bij vragen over start van dialyse of evaluatie voor transplantatie kan een verwijzing nodig zijn.