Prevalentie van seksueel geweld en presentatie aan de huisarts

Seksueel geweld treft velen in onze samenleving, vrouwen meer dan mannen. De helft van de vrouwen en 1 op de 5 mannen heeft seksuele handelingen tegen de wil meegemaakt. Jongeren tussen de 12 en 25 jaar lopen het meeste risico. Bij huisartsen wordt het weinig gemeld. Slachtoffers vertellen meestal niet uit zichzelf wat hun is overkomen en huisartsen vragen er onvoldoende naar.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Definities

Seksueel misbruik staat voor uiteenlopende vormen van seksueel getinte, ongewenste handelingen. Aanranding, verkrachting, incest, genitale verminking en gedwongen prostitutie vallen eronder, maar ook subtielere vormen zoals verbale seksuele chantage of intimidatie.1

Er is sprake van seksueel geweld als iemand is gedwongen tot seksuele handelingen en/of ervaring heeft met manuele, orale, vaginale of anale seks tegen de wil. Er is sprake van seksuele grensoverschrijding als iemand is gedwongen tot seksuele handelingen en/of ervaring heeft met zoenen, aanraking, manuele, orale, vaginale of anale seks tegen de wil. Seksuele overschrijding omvat dus een breder repertoire. Seksuele intimidatie op de werkplek is enige vorm van verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag met een seksuele connotatie dat als doel of gevolg heeft dat de waardigheid van een persoon wordt aangetast, in het bijzonder wanneer een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende situatie wordt gecreëerd (definitie Arbowet).

Voorkomen in de populatie

Voor alle seksuele handelingen die tegen de wil plaatsvinden, geldt dat meer vrouwen dan mannen dit meemaken. Er zijn geen verschillen wat betreft etnische achtergrond.2 Voor vrouwen zijn er wel verschillen naar religieuze achtergrond en opleidingsniveau. Niet-gelovige vrouwen zijn vaker slachtoffer van een vorm van grensoverschrijding dan gelovige vrouwen. Vooral vrouwen met een islamitisch geloof worden er minder vaak mee geconfronteerd. Hoogopgeleide vrouwen maken vaker grensoverschrijdend gedrag mee vergeleken met laagopgeleide vrouwen. In Nederland heeft 22% van de vrouwen en 6% van de mannen manuele, orale, vaginale of anale seks tegen de wil meegemaakt en/of was gedwongen om seksuele dingen te doen die ze niet wilden.2 Als zoenen en seksueel aanraken tegen de wil meegeteld worden, is dit percentage nog veel hoger; namelijk 53% van de vrouwen en 19% van de mannen. In de leeftijdsgroep 12-25 jaar heeft 31% van de vrouwen en 11% van de mannen ooit seksueel geweld meegemaakt, een percentage dat bij meisjes onder de 12 jaar 5% is en 2% bij de jongens. Eén op de 8 vrouwen en 1 op de 20 mannen heeft ooit in het leven geslachtsgemeenschap tegen de wil moeten ondergaan. Een specifieke vorm van grensoverschrijdend gedrag zoals sexting, vindt in toenemende mate plaats door e-mail, sms of social media.

De prevalentie van seksueel geweld stijgt nauwelijks met de leeftijd.2 Hiervoor zijn verschillende verklaringen te geven. Vrouwen tussen de 18 en 24 worden het vaakst slachtoffer en op oudere leeftijd zouden er nauwelijks negatieve ervaringen bij komen.3 Verder kan het zijn dat de prevalentie van seksueel geweld 50 jaar geleden lager lag. Het zou ook kunnen dat oudere vrouwen seks tegen de wil binnen hun relatie vaker beschouwen als huwelijkse plicht. Daarnaast kan er sprake zijn van recall bias: minder ingrijpende ervaringen worden vergeten omdat de vrouwen over een langere periode moeten terugdenken. Ten slotte kan het zo zijn dat vrouwen die misbruikt zijn, gezien de comorbiditeit eerder overlijden dan vrouwen die niet misbruikt zijn en daardoor ondervertegenwoordigd worden in de uiteindelijke prevalentiecijfers.

Dader is vaak een bekende

In 70 tot 80% van de gevallen is de dader van seksueel grensoverschrijdend gedrag een bekende. Er zijn veel verschillende manieren om een slachtoffer onder druk te zetten.2 De meeste slachtoffers zijn door de ander met woorden onder druk gezet. Voor vrouwen was dat bijna in de helft van de gevallen zo. Geweld wordt bij 1 op de 4 vrouwen en 1 op de 7 mannen gebruikt. Eén op de 5 vrouwen zegt dat er misbruik van haar werd gemaakt toen ze alcohol of drugs had gebruikt. Rond een kwart van zowel vrouwen als mannen noemt een andere vorm van pressie bijvoorbeeld blijven aandringen, blijven doorgaan, chanteren of medelijden opwekken. Van de slachtoffers van seksueel geweld, maakt 24% van de mannen en 45% van de vrouwen later nogmaals geweld door.2

Er zijn verschillende factoren die samenhangen met het meemaken van seksueel geweld. Er bleek vaker sprake van geweld bij mensen met een seksueel probleem, negatieve jeugdervaringen, of ervaring hebben met sexting. Personen met een goede psychische en algemene gezondheid, hadden minder vaak seksueel geweld ervaren.2 Het is echter niet te zeggen of deze factoren oorzaak of gevolg zijn van het seksueel geweld. Voor achtergrondgegevens over seksueel geweld algemeen en seksueel geweld bij mannen zie de factsheets in bijlage 1 en 2.

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12414-019-0066-y/MediaObjects/12414_2019_66_Fig1_HTML.jpg

Bijlage 1. Factsheet seksueel geweld algemeen.

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12414-019-0066-y/MediaObjects/12414_2019_66_Fig2_HTML.jpg

Bijlage 2. Factsheet seksueel geweld bij mannen.

Presentatie aan de huisarts

In tegenstelling tot de vele vrouwen en in mindere mate mannen die seksueel overschrijdend gedrag meemaken, wordt het bij huisartsen weinig gemeld. Van 2003 tot en met 2008 werd seksueel geweld, een minder ruime definitie dan seksueel overschrijdend gedrag, als onderwerp in de Peilstations van Nivel Zorgregistraties geregistreerd.4 Dat leverde in de eerste registratiejaren hogere incidenties op dan in de latere jaren, mogelijk omdat in de latere jaren tegelijkertijd ook seksuele problemen werden geregistreerd en dientengevolge onderregistratie van seksueel geweld optrad (zie tabel). In de eerste twee registratiejaren werden ook patiënten meegeteld met klachten ten gevolge van nare seksuele ervaringen in het verleden. In 2008 betrof het 17 meldingen (13 vrouwen en 4 mannen) leidend tot incidenties van 3 per 100.000 vrouwen en 1 per 100.000 mannen. In 2003 en 2004 was de incidentie het viervoudige: 13 per 100.000 vrouwen en 3 per 100.000 mannen in 2003 en 14 per 100.000 vrouwen en 3 per 100.000 mannen in 2004. Deze berekeningen zijn gedaan op de hele Nederlandse bevolking en uiteraard verdubbelen de incidenties als de berekening wordt beperkt tot de leeftijdsgroepen waarop mensen overwegend seksueel actief zijn. Extrapolerend naar de Nederlandse bevolking zouden het in het jaar 2004 ruim 1100 vrouwen en 240 mannen betreffen en in het jaar 2008 230 vrouwen en 83 mannen. Dat betreft waarschijnlijk flinke onderrapportage bij de huisarts. Huisartsen signaleren onvoldoende en voelen zich onbekwaam of zijn terughoudend om het trauma bespreekbaar te maken. Slachtoffers vertellen vanwege schuldgevoelens en schaamte niet over wat hun is overkomen.

Tabel 1. Aantal patiënten dat de huisarts raadpleegt na seksueel geweld per 100.000 mannen en per 100.000 vrouwen, 2003-2008.
Bron: G.A. Donker, CMR Peilstations, jaarverslag 2008

2003
2004
2005
2006
2007
2008
m
3
3
2
3
1
1
v
13
14
3
2
2
3

Recentere cijfers over geweld bij de huisarts gebaseerd op ICPC-code Z25 (probleem ten gevolge van geweld) laten ook man-vrouwverschillen zien: een incidentie van 2,1 per 1000 persoonsjaren bij vrouwen en 1,2 bij mannen in 2017 (prevalenties respectievelijk 2,3 en 1,3). Doordat veel huisartsen geen ICPC-subcodes gebruiken is het onduidelijk hoe vaak het hier seksueel geweld betreft die eigenlijk gecodeerd moet worden met ICPC-code Z25.01.5 Uit eerder onderzoek is bekend dat het bij vrouwen in 15% van de meldingen van fysiek geweld bij de huisarts ook seksueel geweld betreft.6Huisartsen kunnen mogelijk effectiever zijn in het exploreren van negatieve seksuele ervaringen. Het is bekend dat slachtoffers van geweld in het algemeen en slachtoffers van seksueel geweld in het bijzonder frequente spreekuurbezoekers zijn.7 Frequente presentatie van moeilijk te duiden klachten zou de huisarts op het spoor kunnen zetten de patiënt te vragen naar mogelijk negatieve seksuele ervaringen. Seksueel misbruik kan langdurig verborgen blijven achter dysforie, depressie of somatisch onverklaarde klachten en moet actief doch behoedzaam geëxploreerd worden bij vermoeden van mogelijke seksueel traumatische ervaringen in het verleden.8 Ook een niet-pluisgevoel of een gevoel van onmacht om de patiënt te helpen en een seksueel overdraagbare aandoening kunnen voor de huisarts triggers zijn om de patiënt toestemming te vragen enkele vragen te stellen over recente en/of minder recente seksuele ervaringen.


Bestel het themanummer Bijblijven nr. 6-7/2019

Dit artikel is verschenen in tijdschrift Bijblijven 6-7, Themanummer over Seksueel misbruik, dat medio september is verschenen. U kunt dit dubbelnummer los bestellen voor de speciale prijs van € 22,50 incl. btw en verzendkosten (normaal € 32,50). Stuur een e-mail naar Anita van Meyel onder vermelding van uw naam en adres. U ontvangt een factuur.

Bekijk de inhoudsopgave van themanummer Bijblijven 6-7/2019.

Het is ook mogelijk om een abonnement te nemen op Bijblijven: Bijblijven (papieren versie) of Bijblijven (online versie)


Auteurs: dr. Gé Donker en prof. dr. Toine Lagro-Janssen
Uit: Tijdschrift Bijblijven (papieren versie) of Bijblijven (online versie)
Beeld: © markgoddard / Getty Images / iStock

Bronnen

  1. Krug EG, Dahlberg LL, Mercy JA, Zwi AB, Lozano, Rafael L. World report on violence and health. Geneva: World Health Organization. 2002. ISBN 9241545615.
  2. Graaf H de, Wijsen C. Seksuele gezondheid in Nederland. Utrecht, Rutgers, 2017.
  3. Zijlstra E, Esselink G, Moors ML, Lo Fo Wong S, Hutschemaeckers G, Lagro-Janssen A. Vulnerablity and revictimization: victim characteristics in a Dutch assault center. J Forensic Leg Med 2017;52:199-207.
  4. Donker GA. Continue Morbiditeits Registratie Peilstations Nederland 2008. Jaarverslag. Utrecht, Nivel. 2009. www.​nivel.​nl/​peilstations.
  5. Nielen MMJ, Boersma-van Dam ME, Schermer TRJ. Incidentie en prevalentie van gezondheidsproblemen in de Nederlandse huisartsenpraktijk in 2017. Uit: Nivel Zorgregistraties eerste lijn [internet]. 2019 [Laatst gewijzigd op 29-05-2019; geraadpleegd op 13-06-2019]. www.nivel.nl/nl/nivel-zorgregistraties-eerste-lijn/incidenties-en-prevalenties
  6. Marquet R, Donker G. Niet alleen blauwe plekken. De rol van de huisarts bij fysiek geweld. Huisarts & Wetenschap 2008;51(1):5.
  7. Marquet R, Schellevis F, Donker G. Slachtoffers van geweld zijn grootgebruikers van de zorg. Huisarts & Wetenschap 2006;49:489.
  8. Donker GA, Vermetten E. De getraumatiseerde patiënt. In: H. van der Horst, J. van Os. De dokter en de patiënt met psychische problemen. Houten: Bohn Stafleu van Loghum, 2018:257-266.